Close

Midden-Oosten, geloof in eigen kracht
Reactie op de opiniestukken en reacties van Tahmina Akefi, Ofran Badakhshani en Gert Jan Geling in het ‘dictatordebat’ in NRC Next en Handelsblad

Afgelopen week gaven Ofran Badakhshani en Gert Jan Geling hun visies op westerse inmenging in het Midden-Oosten, naar aanleiding van Tahmina Akefi’s opiniestuk ‘Blijf van mijn dictator af’ dat NRC publiceerde (en wijselijk omgebogen heeft tot de beter te behappen titel ‘In een anarchie kan ik niet zonder hoofddoek over straat’). NRC poneerde hiermee boude stellingen in een #dictatordebat dat helaas tot een einde gekomen is, maar waarover het laatste woord nog niet geschreven zal zijn.

woensdag 11 november 2015

Tahmina Akefi is teleurgesteld in het ‘Nederlands publiek’, dat volgens haar aan de leiband van Amerika zou lopen en niet zo kritisch blijkt te zijn als dat zij zich dat voorstelde toen ze hier kwam.

Op het moment dat een oorlog tegen Irak serieus dreigde vonden de grootste demonstraties plaats die Nederland gekend heeft sinds de protesten tegen kernwapens in de jaren tachtig. Zeventigduizend mensen begaven zich naar de Dam, grote afwezige was het politieke establishment, niet het ‘Nederlandse publiek’. De vraag echter wat Nederlanders, dan wel westerlingen, vinden van inmenging door Amerika of de internationale gemeenschap in het Midden-Oosten, om daar democratie te brengen, is al lang niet meer relevant aangezien de inval van Afghanistan niet het beginpunt van inmenging was en niet alleen westerse machthebbers daar debet aan zijn.

Mevrouw Akefi gaat eraan voorbij dat de meeste dictators die in het Midden-Oosten aan de macht zijn (geweest) in eerste instantie door diezelfde ‘internationale gemeenschap’ op hun positie zijn gebracht en/of gehouden. Als Afghaanse zou ze moeten weten dat haar vaderland in de koloniale periode gefungeerd heeft als bufferzone tussen de Britse Gemenebest en Rusland, en dat de ideologisch gevoede politieke verschuivingen van de afgelopen eeuw origineel noch authentiek zijn geweest maar gesteund door imperialistische grootmachten. Voor de communistische staatsgreep van Muhammad Daoud Khan gold dat net zo goed als voor de door Amerika gesteunde mujahedin; Reagans ‘Founding Fathers’ van Afghanistan die niets anders nodig hadden dan ‘korans en Stingers’ om een Koude Oorlog proxy war uit te vechten met de Sovjets.

Badakhshani wijst Akefi er terecht op dat zij het handelen van Saddam in Irak en de Taliban in Afghanistan vergeet, maar gaat er op zijn beurt aan voorbij dat Saddam ruim een jaar gepusht moest worden door Amerika om eindelijk de stap te zetten Iran binnen te vallen. Ook in de voorbereidingen op de invasie van Koeweit, waar Amerika van op de hoogte was, gaf de Amerikaanse ambassadeur April Glaspie op zo’n onduidelijke wijze aan Saddam te kennen hoe de VS daar tegenover stond dat Saddam dit interpreteerde als toestemming van de grootmacht waar hij al eerder zaken mee deed.

Eveneens laat Badakhshani buiten beschouwing dat Amerika een directe hand gehad heeft in het ontstaan van Al Qaida. Dat is geen kwestie van complotdenken – ik noem het maar vast – maar simpelweg van investeren in de verkeerde partij die uitgroeit tot een onbeheersbare Leviathan. Zoals de Britten eerder – om de Osmanen te verdrijven – zaken deden met het Huis Saoed dat de verdeelde stammen op het schiereiland verenigde onder de banier van het onverdraagzame wahabisme.

Een machtsvacuüm dat ontstaat na omverwerping van welk regime dan ook, en de complete ontregeling van infrastructuur en industrie in een land laat alle ruimte voor despoten een greep naar de macht te doen, door welke (religieuze) ideologieën ze zich ook laten inspireren. Geling wijst Akefi op haar weglaten van feiten, maar weet daar zelf ook creatief mee om te springen. De cijfers van Iraq Body Count zijn dankzij hun meervoudige bronnencheck behoorlijk accuraat, een dankbare tool, interessant is dan ook te zien dat er een verschuiving plaatshad van oorzakelijkheid. Daarbij moet opgemerkt worden dat, zoals Akefi al aangaf, de sektarische strijd niet bestond voor en tijdens Baath-Irak, en overigens ook niet in de eerste jaren van de Irakoorlog toen soennitische en sjiitische facties hun krachten nog bundelden tegen de indringer die ze volgens Geling zelf uitgenodigd hadden. De sjiieten van Irak hebben in 1991 al een belangrijke les geleerd in vertrouwen op Amerikaanse hulp, die uitbleef terwijl de VS ondanks de no-fly zone Saddam zijn Hinde-helicopters keihard liet afrekenen met sjiitische opstandelingen.

Uit zowel de houding van Badakhshani als Akefi klinkt nog teveel de verwachting dat anderen de problemen in landen in het Midden-Oosten oplossen, het enige verschil tussen beide is dat zij dat elk door een andere grootmacht hadden willen laten doen. Terecht dan ook de stelling die Geling neerzet: ‘vraag dan ook niet steeds om hulp’. Geloof meer in de eigen kracht, want waardigheid, veiligheid en redelijke welstand waarover Badakhshani zegt dat elk mens dat wil – en er zelfs recht op heeft – zijn in zowel Irak als Afghanistan nog steeds ver te zoeken.

Gerelateerde berichten

dictatordebat, Midden-Oosten, westerse inmenging

%d bloggers liken dit: