Close

De fout die we niet weer maakten

dinsdag 11 februari 2014

In september 2013 werd duidelijk dat er gifgassen (mosterd- en zenuw-) waren gebruikt in het conflict in Syrië tussen president Bashar al-Assad en rebellenfracties. Het bleef, en blijft nog steeds, echter onduidelijk welke partij precies gebruik maakte van dit verschrikkelijke wapen, dat het effect heeft mensen te ‘verbranden’ (mosterdgas) en te verlammen (zenuwgas), uiteindelijk leidend tot overlijden. Het gebruik van gifgas in het conflict werd door VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon benoemd tot ”oorlogsmisdaad”.

Het Witte Huis wees al snel president Assad aan als dader, met als voornaamste redenen de aanwijzing dat het gas gelanceerd was vanaf door de presidentiële troepen gecontroleerde gebieden van, en neergekomen was in door rebellen bezette gebieden van Damascus. Volgens Susan Rice, national security advisor van president Obama, was het ‘technische bewijs’ overduidelijk: er was gas van hoge kwaliteit gebruikt, dat gelanceerd werd met een bepaald type raket.1 De uitspraken werden later bevestigd door minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, die de aanval van 21 augustus bestempelde als een ”morele obsceniteit”, waar hij nog aan toevoegde dat ”de Verenigde Staten en bondgenoten maatregelen overwegen, waaronder militair ingrijpen in Syrië”.2 Het gebruik van gifgas werd door de regering-Obama beschouwd als een ‘rode lijn’ die overtreden werd. Frankrijk voegde zich al snel aan de zijde van de Verenigde Staten wat betreft de oorlogsretoriek, terwijl het Verenigd Koninkrijk – na een stemming in het House of Commons – besloot niet mee te willen doen.3 Uiteindelijk zorgde een lapsus linguae van John Kerry ervoor dat een interventie op Syrisch grondgebied voorkomen werd: Kerry verklaarde dat Assad een inval kon voorkomen ‘indien hij al zijn chemische wapens inleverde’.4 De opmerking was retorisch of geestig bedoeld, maar er werd al snel in alle ernst op gereageerd door Assad en Rusland.

Kort na de verklaringen van de Amerikanen beweerde Sergei Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, in een interview aan The Washington Post dat Russische forensisch onderzoekers bewijzen hadden gevonden dat niet Assad, maar de rebellen het gifgas hadden gebruikt. Dit bewijs was gebaseerd op bevindingen dat ‘het gas van matige productie was en gelanceerd werd met raketten die het presidentiële leger niet gebruikt’.5 President Poetin schreef – al dan niet persoonlijk – zelfs een column in The New York Times waarin hij de Verenigde Staten waarschuwt niet het oordeel van de leden van de VN Veiligheidsraad te negeren.6

De houdingen van beide kampen zijn duidelijk terug te voeren op strategische belangen. Westerse landen stonden vanaf het begin aan de zijde van de rebellen, aangezien zij elke oproep tot democratie of de val van een dictator aanmoedigen. Aan de andere kant heeft Rusland altijd Bashar al-Assad, een van de weinige bondgenoten in het Midden-Oosten, gesteund, mede doordat de meeste andere landen in de regio zich in het westerse kamp bevinden.

Gisteren werd een studie gepubliceerd met de titel ”Possible Implications of Faulty US Technical Intelligence”, geschreven door voormalig VN-wapeninspecteur Richard Lloyd en MIT professor Theodore Postol. De studie herevalueert het technische bewijs waarop de regering-Obama de beweringen over de gifgasaanval had gestoeld. Aan de hand van John Kerry’s opmerkingen over de locatie van waar de gifgasaanval was gelanceerd – ‘het hart van het gebied dat door de presidentiële troepen wordt beheerst’ – berekenden de onderzoekers dat de gebruikte raketten nooit de wijk Khan al-Assal, waar de raketten neerkwamen, hadden kunnen bereiken. De mogelijkheid resteert dat gebruik is gemaakt van een mobiel raketsysteem. Een dergelijk systeem zou echter ook makkelijk door rebellen gebruikt kunnen worden, aangezien het een niet erg hoogstaand stukje techniek betreft, dat ook nog eens makkelijk in gebruik is (hoewel het uiteraard erg gevaarlijk blijft). Professor Postol verklaarde in een interview met Radio 1 dat hij zich ernstig zorgen maakt om de huidige beweging in de Amerikaanse politiek, de eerdere rechtvaardiging voor mogelijke oorlog in Syrië richting de Senaat, en het gebrek aan aandacht dat in Amerika wordt besteed aan foutieve inlichtingen: ”I remain stunned by the American governance failure to react to this in any way. This actually causes me to become more concerned about the state of American leadership”.7

Al met al lijkt het er op dat de inlichtingen waarop de regering-Obama een eventuele oorlog in Syrië vergoelijkte op zijn minst twijfelachtig waren. Hetzelfde gold voor de oorlog in Irak van 2004, die later begonnen bleek op volledig valse beweringen. Of Irak en Syrië beter af zijn met of zonder respectievelijk Saddam Hoessein en Bashar al-Assad, is van ondergeschikt belang. Gezien de gevolgen die plaats hadden kunnen vinden, is het een binnenvallen van een land op vage of foutieve inlichtingen een fout die het Westen gelukkig niet weer maakte.

  1. Al-Jazeera, ”UN confirms sarin gas used in Syria attack, visited 10 Feb. 2013.
  2. BBC, ”Syria chemical attack undeniable, says John Kerry, visited 10 Feb. 2014.
  3. Brett Logiurato, ”UK Parliament Stunningly Rejects David Cameron on Syria,”Business Insider, visited 10 Feb. 2014.
  4. Arshad Mohammed, ”Kerry: Syrian surrender of chemical arms could stop U.S. attack,”Reuters, visited 10 Feb. 2014.
  5. Rick Gladstone, ”Russia Says Study Suggests Syria Rebels Used Sarin,”The New York Times, visited 10 Feb. 2014.
  6. Vladimir V. Putin, ”A Plea for Caution from Russia. What Putin Has to Say to Americans About Syria,”The New York Times, visited 10 Feb. 2014.
  7. Radio 1, ”Wie gebruikte sarin in Syrië?, visited 10 Feb. 2014.

Gerelateerde berichten

inlichtingen, Irak, John Kerry, Poetin, Rusland, Syrië, VS