Close

Salafisme
Interne verdeeldheid en strijd

dinsdag 4 februari 2014

Afgelopen week verscheen een artikel van het Institute for Policy Analysis of Conflict (IPAC) onder de titel ‘Indonesians and the Syrian Conflict‘. Een must read voor iedereen die geïnteresseerd is in wat er precies gaande is in Syrië en meer inzicht wil krijgen in hoe verschillende groepen in verhouding tot elkaar staan. Wat het artikel zo interessant maakt zijn de karakteristieken die erin beschreven worden van de verschillende jihads die daar uitgevochten worden; de overeenkomsten die er lijken te zijn met de situatie omtrent Nederlandse salafisten en jihadisten in het Syrische conflict beschrijven we hieronder.

Het artikel maakt een aantal differentiaties: tussen ‘jihadisten’ en ‘salafisten’ enerzijds, en tussen verschillende typen jihadisten anderzijds. Met name in het afgelopen jaar was de spanning tussen salafisten en jihadisten merkbaar in de Nederlandse samenleving. Beide groeperingen vallen onder soennitische islam en beide streven ze naar vestiging van een islamitische staat. De aangewende (publieke) tactieken om hun doelen te bereiken, verschillen echter. Terwijl jihadisten de media zochten om het belang en hun gevoel voor legitimiteit van de strijd in Syrië over te brengen op de samenleving, zochten andere salafisten de media om Nederlandse moslims vooral op te roepen in Nederland te blijven. Opvallend zijn dan ook de termen die Indonesische islamisten gebruiken om elkaar te brandmerken. De salafisten beschuldigen de jihadisten ervan khawarij (ketters)1 te zijn, terwijl de jihadisten de salafisten ervan beschuldigen murji’ah (uitstellers)2 te zijn. Beide termen grijpen terug op de vroege periode van islam. De khawarij was de eerste groep in de geschiedenis van islam die takfir3 toepaste. Omdat zij niet konden accepteren dat Ali tijdens zijn kalifaat een arbitragecommissie liet beslissen over het verdere verloop van een conflict met opstandelingen, en daarmee het voortbestaan van zijn kalifaat, worden zij als ‘uit islam getreden’ beschouwd. Een beslissing over het lot van het kalifaat behoorde immers God alleen te nemen, en zodoende bestempelden zij Ali tot kafir4, en vermoordden hem vier jaar later. De murji’ah waren de theologische tegenhangers van de khawarij en in een tijd waarin hevig werd gediscussieerd wanneer iemand wel of niet afvallig zou zijn, beschouwden de murji’ah ook zondige moslims als moslim. De nadruk bij de murji’ah lag zogezegd meer op een spiritueel aspect dan op uiterlijkheden zoals het verrichten van de juiste geloofspraktijk en goede daden.

Salafi’s vs jihadisten

De verwijten aan elkaar is een eerste overeenkomst met de Nederlandse situatie, hoewel goed beseft moet worden dat allerhande verschillende salafigroepen elkaar met dezelfde termen beschuldigen.Daarbij is er geen sprake van werkelijke historische overeenkomsten, maar van historisch-religieuze beschimpingen. Mensen als jongerenimam Yassin Elforkani worden op salafiwebsites uitgemaakt voor ‘democraat’ (ja heus, het is een scheldwoord). Zo schrijft dewarereligie in een ironische column dat Elforkani geen munafiq5 is, omdat hij heel duidelijk aangeeft waarin hij gelooft, namelijk de democratie. In 2013 bracht Ahmed Salam, die in het verleden voor nogal wat opschudding zorgde door de vrouwelijke minister Verdonk te weigeren een hand te geven, een fatwa uit waarin hij Nederlandse moslims opriep niet naar Syrië af te reizen om deel te nemen aan de gewapende strijd. Zijn angst bestond er vooral uit dat dat Nederlandse moslims aldaar beïnvloed zouden raken door takfiri’s, een directe verwijzing naar de khawarij. Doordat Salam Nederlandse moslims ontraadde om naar Syrië te gaan, werd hij op zijn beurt ervan beschuldigd een Qutbiyyah6 te zijn, waarmee verwezen wordt naar de Moslim Broederschap waarvan Salam een van de propagandisten in Nederland zou zijn. Qutbisme, beter bekend door de (Egyptische) Moslim Broederschap, streeft de stichting van een islamitisch kalifaat na via een meer intrinsieke beweging. Het gedachtegoed gaat ervan uit dat de mensheid als geheel uiteindelijk de islamitische staat als enige goede optie zal wensen en accepteren. Om dit te bereiken maken zij gebruik van alle middelen die hen voorhanden zijn, maar in de regel zijn zij minder gericht op gewelddadige middelen dan jihadisten. In vaktermen vallen Qutbisten even goed onder het type world-conqueror fundamentalisten als andere jihadisten, maar met het verschil dat zij het model van de moderne (natie)staat gebruiken als basis voor het idee van een islamitische staat. Het verwijt dat jihadisten naar salafisten maken, is hier dan ook op gebaseerd: zij imiteren de niet-moslims en laten zich daardoor beperken, terwijl de tijd is aangebroken voor mondiale jihad. Het grenzeloze jihadistische gedachtegoed komt voort uit de beperkte vorm. Salam bevindt zich als Moslim Broeder in een religieus-politieke positie waarin hij de strijd in Syrië wel degelijk als een jihad beschouwt, en vanuit de achtergrond van de Broederschap ook een belang bij die strijd heeft, maar een ander toekomstperspectief voor ogen heeft voor Syrië dan de meest extreme jihadgroeperingen aldaar waar de Europese Syrië-gangers doorgaans door worden aangetrokken en de strijd niet als individuele verplichting voor alle moslims ziet.

Het verschil tussen de ‘salafisten’ en ‘jihadisten’ ligt in Nederland ook iets genuanceerder dan in de Indonesische situatie. Het lijkt erop dat in het artikel van IPAC met ‘jihadisten’ de salafisten bedoeld worden die ideologisch gezien in lijn met de ISIS en Jabhat al-Nusra liggen, andere salafisten kunnen echter net zo goed een jihadistisch karakter hebben. Islamistische organisaties zoals de hierboven genoemde Moslim Broederschap liggen immers ten grondslag aan het ontstaan van jihadistische bewegingen, en zoals ook te zien en lezen is in het nieuws erkennen zij wel degelijk het bestaan van jihad in Syrië. Het grote verschil tussen de twee soorten salafi-jihadisten is dat oorspronkelijke jihadisten streven naar de stichting van een islamitische natiestaat of een kalifaat binnen geografisch afgebakende grenzen. Al-Qaida achtige jihadisten streven naar een wereldoverheersend kalifaat, of, zoals Olivier Roy ook wel beschrijft in ‘Globalised Islam’: strijden om leed dat moslims waar dan ook ter wereld wordt aangedaan te ‘wreken’. Roy noemt deze groepen dan ook ‘neo-fundamentalisten’, om daarmee een duidelijke scheiding aan te brengen in verschillende typen jihadismen.

Kortom: in de brede keur aan politieke salafisten is het bijna onvermijdelijk te spreken over jihadisme, in het IPAC-artikel echter – en zo ook in deze reflectie – wordt gebruik gemaakt van de termen ‘salafisten’ en ‘jihadisten’ om zonder al te ingewikkelde terminologie te hanteren een duidelijk onderscheid tussen verschillende groepen te maken.

Kalifaat vs Apocalypse

Het IPAC-artikel vat de redenen waarom Indonesiërs naar Syrië vertrekken om deel te nemen aan de strijd – in welke vorm dan ook – samen in vier kernpunten, waarvan drie sterk overeenkomen met de motieven van Nederlandse jihadisten: voorspellingen over de strijd in het grotere Syrië, Sham, in de islamitische eschatologie (eindtijdsleer); de impact van het boek ‘The Two-Arm Strategy’ op Indonesiërs; de media-aandacht die in Indonesië gegeven is aan het geweld van de Syrische regering tegen soennitische moslims, en inhaakte op een anti-sjiitische campagne die reeds gevoerd werd waarbij sjiieten mikpunt zijn van verkettering; en het feit dat Syrië makkelijk te bereizen is, met name via Turkije.

Een punt dat in Nederland minder aandacht krijgt, staat in het IPAC-artikel op de eerste plek, namelijk de rol die voorspellingen over de strijd in het grotere Syrië, Sham, in de islamitische eschatologie spelen. In onze eerder verschenen reflectie ‘Grenzeloze jihad‘ op de situatie, benoemen we dat ‘met name het benadrukken van het eschatologisch belang van de Levant boven andere brandhaarden duidt op het willen openbreken van de weg voor een verwachte Messiasfiguur‘. Dit punt is voornamelijk belangrijk omdat het ons inziens een van de oorzaken is, in tegenstelling tot de andere punten die als doorslaggevende factor eerder een aanleiding vormen om daadwerkelijk de stap te zetten naar Syrië af te reizen.

De brede aandacht die in de reguliere media gegeven is aan buitensporig geweld van het Syrische regime, vulde ook in Nederland een campagne aan die reeds gaande was onder salafistische stromingen. Op sociale media wordt beeldmateriaal gedeeld van de meest verschrikkelijke oorlogsmisdaden, en hoewel de authenticiteit en herkomst ervan niet altijd even makkelijk is vast te stellen, wordt het opgevoerd in een poging zowel potentiële jihadisten als de westerse toeschouwer te overtuigen van de goede bedoelingen achter de operatie. De keuze voor Syrië boven andere brandhaarden duidt op het onderliggende belang van de Levant in de eschatologie, waarbij het aanhalen van andere problemen slechts gelden als extra motivatie.

Indonesische salafi-jihadibewegingen passen bewust een two-arm strategy toe in Syrië. Dit houdt in dat zij een twee-punten tactiek gebruiken: allereerst proberen ze via gewapende strijd geografisch terrein te winnen, en ten tweede gebruiken ze humanitaire hulp om de sympathie van de (Syrische) bevolking te winnen. In Nederland wordt de twee-punten tactiek vooral strategisch toegepast op de Nederlandse bevolking; hoewel alle Syrië-gangers hun reis aangevangen hebben om gewapende strijd te voeren – zoals blijkt uit berichten en videofilmpjes -, worden wel pogingen ondernomen Nederlands publiek te doen geloven dat zij ook humanitaire hulp verlenen. Ook is het een – niet bewust toegepast strategisch – verschil tussen salafisten en salafi-jihadisten in Nederland. Zo steunt Ahmed Salam het vertrek naar Syrië niet, maar zamelt hij met zijn stichtingen wel geld in voor Syrië. Dat is bestemd voor humanitaire doeleinden, hoewel de oproepen vaak gepaard gaan met uitingen van haat voor sjiieten. Gezien de banden met de Moslim Broederschap (ook een van de strijdende partijen) wordt ingezameld geld mogelijk ingezet als onderdeel van een two-arm strategy.

My enemy’s enemy is my friend

De verbindende factor tussen verschillende vormen van salafisme is de gedeelde haat voor sjiieten. Afgelopen weken is opnieuw media-aandacht besteed aan de vervloekingen van sjiieten in salafistische moskeeën in Nederland, en gedurende het afgelopen jaar heeft met name Trouw meermaals bericht over de centrale rol die anti-sjiisme speelt in de Syrië-thematiek onder salafi stromingen. Ook naar aanleiding van het artikel van Nikki Sterkenburg uit Elsevier over Victor Droste kan de vraag gesteld worden of de haat tegen sjiieten niet een grotere drijfveer is geweest om ten strijde te trekken dan de wens een dictator te verdrijven. Zo merkte Abdelkarim Honing expliciet op dat Victor er stellig van overtuigd was dat “sjiieten erger zijn dan Joden”. Gezien de grotendeels haatdragende xenofobische ideologie van jihadisten is het waarschijnlijk dat deze polarisatie van andersdenkenden bijdraagt aan de creatie van een draagvlak om af te reizen.

  1. khawarij, ‘zij die uitgegaan zijn’ (van islam).
  2. murji’ah, ‘degenen die uitstellen’, hier in de context ‘passief’ te zijn.
  3. takfir, het tot ongelovige verklaren van anderen.
  4. kafir, ongelovige.
  5. munafiq, huichelaar.
  6. Qutbiyyah, naar Said Qutb, een van de leidende figuren van de Egyptische Moslim Broederschap voor zijn executie in 1966.

Gerelateerde berichten

anti-sjia, conflict, jihadi, jihadisten, salafi, salafisten, sjiieten, Syrië

%d bloggers liken dit: